Signaleren van hoogbegaafde leerlingen
Doel
Hoe herken je hoogbegaafdheid in de klas? Niet iedere hoogbegaafde leerling valt op door hoge cijfers of voorbeeldig gedrag. Soms zie je juist perfectionisme, faalangst, onderpresteren, weerstand, gevoeligheid of een sterke behoefte aan autonomie.
Tijdens deze voorlichting duiken we in de kenmerken van hoogbegaafdheid, het verschil tussen denken en voelen, en de verschillende profielen van hoogbegaafde leerlingen. Aan de hand van voorbeelden, casussen en praktische opdrachten leer je beter kijken naar gedrag achter gedrag. Je ontdekt welke leerlingen mogelijk “opploppen” in jouw klas en welke ondersteuning zij nodig hebben van jou als docent of mentor.
Een interactieve en praktische bijeenkomst voor iedereen die hoogbegaafde leerlingen beter wil leren herkennen, begrijpen en begeleiden.
Inhoud
Na deze voorlichting herkennen docenten en mentoren verschillende kenmerken en profielen van hoogbegaafde leerlingen. Zij kunnen signalen in gedrag, denken en voelen beter plaatsen en vertalen naar passende ondersteuning in de les, begeleiding en communicatie met leerling en ouders.
Programma
1. Introductie: beeldvorming rondom hoogbegaafdheid
Deelnemers starten met een interactieve opdracht waarbij zij bespreken welke associaties zij hebben bij hoogbegaafdheid. Zo worden bestaande beelden, aannames en ervaringen zichtbaar gemaakt.
2. Denken en voelen bij hoogbegaafdheid
Aan de hand van een filmpje onderzoeken deelnemers de kenmerken van hoogbegaafdheid op twee gebieden: het denk-luik en het zijns-luik. Hierbij komen onder andere leerhonger, creatief denken, gevoeligheid, perfectionisme en rechtvaardigheidsgevoel aan bod.
3. Kenmerken van hoogbegaafde leerlingen
Er wordt ingezoomd op belangrijke kenmerken zoals:
- de lat hoog leggen;
- sterk rechtvaardigheidsgevoel;
- gevoeligheid;
- kritische instelling;
- behoefte aan autonomie;
- divergent denken.
4. Signaleren in de klas
Deelnemers leren hoe hoogbegaafdheid zich kan uiten in schoolse situaties. Daarbij wordt duidelijk dat hoogbegaafde leerlingen niet altijd hoge cijfers halen en dat gedrag soms anders geïnterpreteerd kan worden.
5. Profielen van hoogbegaafde leerlingen
De zes profielen van Betts & Neihart worden besproken:
- zelfsturend autonoom;
- aangepast succesvol;
- uitdagend creatief;
- onderduikend;
- dubbel bijzonder;
- risicoleerling/drop-out.
6. Casussen en toepassing op eigen praktijk
In groepjes koppelen deelnemers casussen en eigen leerlingen aan de verschillende profielen. Ze bespreken wat deze leerlingen nodig hebben van de docent, mentor, lesstof en omgeving.
7. Praktische interventies en vervolg
Tot slot formuleren deelnemers concrete vervolgstappen: welke leerling vraagt aandacht, welke ondersteuning is passend en wat is nodig om dit binnen de school te borgen?